Melius Klinieken

Hoofd- en aangezichtspijn

Bijna iedereen heeft – tenminste af en toe – last van hoofdpijn en hoofdpijn vormt bij ongeveer 40% van de populatie op een zeker moment een probleem waarvoor medische hulp wordt gezocht. Van de volwassen populatie vrouwen lijdt circa 18% aan migraine en 6% van de mannen. Ongeveer 80% van de mensen heeft episodische spanningshoofdpijn, ongeveer 3% van de volwassenen heeft last van chronische spanningshoofdpijn (meer dan 15 dagen per maand last), clusterhoofdpijn per maand is zeldzamer (frequentie 0,05%). Hoofdpijn is zeker niet een probleem dat alleen bij volwassenen voorkomt, ook kinderen kunnen veel last van hoofdpijn hebben.

Aangezichtspijn is pijn in het gezicht, tussen het voorhoofd en de kin, inclusief de oren. Acute aangezichtspijn treedt plotseling op, bijvoorbeeld bij tand- of kiesproblemen of bij een ontsteking in de holten van het gezicht. Acute aangezichtspijn kan meestal worden opgelost door het onderliggende probleem of de ontsteking te behandelen.
Er is ook een chronische vorm van aangezichtspijn. Hierbij heeft men langdurig last van pijnscheuten die voortdurend terugkomen.

Hoofd- en aangezichtspijn kan diverse zowel neurologische als niet-neurologische oorzaken hebben. In een eerste instantie raadpleegt u het beste de huisarts voor deze klachten, omdat deze u het beste kent en zo een correct beeld kan vormen van de aard en de ernst van uw klachten. Bovendien is er voor dergelijke klachten vaak geen gespecialiseerd advies noch aanvullend onderzoek vereist.

Hoofdpijn

Hoofdpijn is er in veel verschillende soorten. Ernstige vormen van hoofdpijn hebben een grote impact op het leven. Wij informeren u over de meest voorkomende vormen van hoofdpijn, zoals migraine, spanningshoofdpijn en clusterhoofdpijn.

Migraine is een aanval van ernstige hoofdpijn. Zo’n aanval kan enkele uren tot enkele dagen duren. De hoofdpijn zit meestal aan één kant van het hoofd en is vaak kloppend of bonzend. Naast hevige hoofdpijn komen ook misselijkheid en braken vaak voor. Meestal is iemand tijdens een aanval overgevoelig voor licht, geluid of geur.

Iedere dag hebben zo’n 70.000 Nederlanders een migraineaanval. De meeste mensen kunnen tijdens zo’n aanval niet goed functioneren. Bij vrouwen komt migraine drie keer zoveel voor dan bij mannen. Het staat voor hen op de tweede plaats van meest invaliderende ziektes ter wereld. De mate waarin de migraineaanvallen voorkomen verschilt van persoon tot persoon. Sommige mensen hebben meerdere aanvallen per maand en anderen een enkele keer per jaar. Sommige migrainepatiënten hebben meer dan vijftien dagen per maand hoofdpijn, waarvan minstens acht dagen migraine. Dit noemen we chronische migraine.

Ongeveer 30% van de mensen met migraine heeft last van een aura voor of tijdens een migraineaanval. Men ziet dan bijvoorbeeld lichtflitsen of vlekken of hebt last van tintelingen of een doof gevoel. De klachten beginnen vaag, maar worden binnen enkele minuten heviger. Men kan bijvoorbeeld ineens een flikkerende vlek zien, die steeds groter wordt.
Een aura duurt meestal tien minuten tot een uur. Meestal komt hierna meteen de hoofdpijn. Het kan ook zijn dat je al tijdens de aurafase hoofdpijn krijgt.
Men kan tintelingen aan één kant van het lichaam ervaren, of zelfs krachtsverlies. Het komt voor dat dit krachtverlies zo ernstig is dat er sprake is van verlamming. Dit noemen we hemiplegische migraine. Er zijn ook mensen die wel een aura krijgen, maar geen hoofdpijn. Dit heet migraine sans migraine. Een migraine-aura is in principe niet gevaarlijk en gaat vanzelf over. Er is geen behandeling tegen een migraine-aura.

Er is sprake van de chronische vorm van migraine indien men gedurende drie maanden minstens 15 hoofdpijndagen per maand heeft, waarvan ten minste acht dagen duidelijk herkenbaar zijn als migraine aanvallen.

Veel mensen met chronische migraine gebruiken hiervoor veel medicijnen. Het innemen van meer dan 15 dagen per maand van paracetamol of andere pijnstillers, of meer dan 10 dagen een triptan per maand en dat dan gedurende een periode langer dan 3 maanden, kan leiden tot een medicatieovergebruikshoofdpijn. Hierbij leidt het niet-innemen van de genoemde pijnstillers of/en triptanen tot hoofdpijn als onthoudingsverschijnsel. De behoefte bestaat dan om weer pijnstillers/triptanen te gebruiken. Zo ontstaat een vicieuze cirkel van hoofdpijn en gebruik van pijnstillers of/en triptanen.

Veel vrouwen merken dat zij vooral rondom hun menstruatie last hebben van migraine, of dat hun migraineaanvallen tijdens de menstruatie heviger zijn. Waarschijnlijk zijn schommelingen in de hormoonspiegel een trigger voor een hoofdpijnaanval. Migraine die alleen voorkomt vanaf twee dagen voor tot twee dagen na de menstruatie, en waarbij tussen de menstruaties door geen aanvallen plaatsvinden, wordt menstruele migraine genoemd.

Over de exacte oorzaak van migraine is weinig bekend. Een migraineaanval begint met het optreden van spontane elektrische activiteit in bepaalde hersendelen, waardoor een stroom van elektrische en chemische reacties optreedt met hoofdpijn als gevolg. Hoe die ‘kortsluiting’ ontstaat, weten we niet precies. Tijdens de aurafase zet de spontane elektrische activiteit zich voort over de hersenschors. Hierdoor ontstaat in de hersenen een bloedvatvernauwing en later een bloedvatverwijding. Activering van de ‘trigeminus’- hersenkern in de hersenstam leidt tot afgifte uit het bloedvat van een eiwit. Dit veroorzaakt een heftige pijnprikkel.

Het is helaas nog niet bekend waardoor in de hersenen ineens een migraineaanval ontstaat. Wel zijn er bepaalde omstandigheden die kunnen bijdragen aan het ontstaan van een migraineaanval, als men hier gevoelig voor is. Dit noemen we triggers. Enkele voorbeelden zijn hormoonschommelingen, bijvoorbeeld rond de menstruatie of eisprong, alcohol, cafeïne, bepaalde voeding, slecht slapen, weersveranderingen, fel of flikkerend licht, lawaai, sterke geuren, vochttekort.

Migraine is helaas niet te genezen, maar er zijn wel medicijnen om de klachten bij een migraineaanval te verminderen (aanvalsmedicatie). Ook zijn er medicijnen die zorgen dat je minder migraine krijgt (preventieve medicatie). Naast medicatie zijn er ook andere manieren die kunnen helpen migraine het hoofd te bieden: voldoende nachtrust, voldoende ontspanning en rust, het nemen of vermijden van bepaalde voeding, beweging, matigen van alcohol inname en niet roken.

U bepaalt samen met uw behandelend Anesthesioloog-pijnspecialist wat voor u de beste behandeling is. Er zijn meerdere, uiteenlopende behandelingen mogelijk.

Wanneer men last heeft van stijve nek- en schouderspieren dan kan fysio of manuele therapie helpen. Fysio of manuele therapie kunnen ook helpen om beter om te gaan met chronische hoofdpijn. Men leert bijvoorbeeld signalen van het lichaam beter te herkennen en de pijn beter aan te kunnen. Bij sommige mensen kan de pijn hierdoor verminderd worden.

Bij een behandeling van een specifieke zenuwknoop (het zogenaamde ganglion pterygopalatinum of ganglion sphenopalatinum) wordt er een naald ingebracht ter hoogte van uw wang. Vervolgens wordt met behulp van röntgen de naald in de goede positie gebracht, aan de rand van de schedel, onder het jukbeen door. De procedure wordt uitgevoerd terwijl u een licht slaapmiddel krijgt toegediend. Als de naald in goede positie staat wordt de zenuw wordt behandeld met stroom (continu of met pulsjes), waarna de zenuw de pijnprikkels niet meer goed kan geleiden en de pijn kan afnemen.

Met behulp van een TENS apparaat worden nauwkeurig gedoseerde micro-impulsen afgegeven aan de bovenste tak van de drielingszenuw. De behandeling duurt twintig minuten en men kan deze één of meerdere malen per dag herhalen.

Clusterhoofdpijn is een zeer ernstige vorm van hoofdpijn, die in aanvallen voorkomt. De aandoening staat in de volksmond ook wel bekend als ‘suicide headache’ (zelfmoordhoofdpijn), vanwege de bijna ondraaglijke pijn.
Clusterhoofdpijn is één van de hoofdpijnaandoeningen binnen de groep van de TAC’s (Trigeminale Autonome Cefalalgieën). De vier belangrijkste TAC’s zijn clusterhoofdpijn, paroxysmale hemicrania, hemicrania continua en SUNCT/SUNA.

Clusterhoofdpijn is een relatief zeldzame vorm van extreme hoofdpijn, die in aanvallen voorkomt. Iemand met clusterhoofdpijn heeft in bepaalde periodes last van deze aanvallen. Deze periodes worden ook wel ‘clusters’ genoemd. Vandaar de naam: clusterhoofdpijn.
Clusterhoofdpijn komt in Nederland bij ongeveer 17.000 mensen voor, meer bij mannen dan bij vrouwen. Meestal treden de eerste aanvallen van clusterhoofdpijn op bij mensen tussen de 20 en de 40 jaar, maar na de 60 jaar komt ook voor. Kinderen kunnen ook al clusterhoofdpijn hebben.

Een aanval lijkt volgens patiënten op het gevoel van een brandende ijspriem die steeds in, achter of boven het oog gestoken wordt. De pijn straalt uit naar de slaap, de kaak of het oor en zit meestal aan één zijde van het hoofd.
Alle TAC’s kunnen zowel episodisch als chronisch zijn. Episodisch betekent dat de aanvallen in clusters van weken tot maanden voorkomen, waartussen een aanvalsvrije periode van minstens drie maanden zit. Bij sommige mensen blijven de aanvallen nooit langer weg dan drie maanden. Dan heeft men de chronische vorm.

We weten niet precies waarom en hoe aanvallen van clusterhoofdpijn beginnen. Er zijn bepaalde ‘triggers’ die tijdens een aanvalsperiode een aanval kunnen uitlokken; de belangrijkste triggers zijn alcoholhoudende dranken en bloedvatverwijdende medicijnen. Een lage zuurstofdruk of sterke schommelingen in luchtdruk kunnen ook een aanval uitlokken. Dit kan onder meer gebeuren in de bergen, waar de zuurstofspanning lager is. Hazenslaapjes en jetlags lijken ook uitlokkende factoren te zijn. Veel patiënten hebben het idee dat bepaalde voeding een clusterhoofdpijnaanval kan uitlokken.

U bepaalt samen met uw behandelend Anesthesioloog-pijnspecialist wat voor u de beste behandeling is. Er zijn meerdere, uiteenlopende behandelingen mogelijk.

Clusterhoofdpijn is te behandelen met zowel behandelingen gericht om een aanval af te breken (aanvalsbehandeling) als met behandelingen om het aantal aanvallen te verminderen. Bij meer dan 90% van de mensen heeft de aanvalsbehandeling effect. En bij de meerderheid zorgt preventieve medicatie voor minder aanvallen.
De belangrijkste aanvalsbehandelingen zijn zuurstof en Sumatriptan-injecties. Bij tussen de 60 en 70% van de patiënten is zuurstof een effectieve manier om een clusterhoofdpijnaanval af te breken. De behandeling bestaat uit het inademen van 7-15 liter 100% zuurstof per minuut gedurende een periode van 10 tot 15 minuten.
Een injectie met Sumatriptan kan een effectieve manier zijn om aanvallen snel en veilig te onderdrukken. Een aanvullende behandeling met preventieve medicatie kan ook oplossing bieden, evenals een combinatie met zuurstof.

Wanneer men last heeft van stijve nek- en schouderspieren dan kan fysio of manuele therapie helpen. Fysio of manuele therapie kunnen ook helpen om beter om te gaan met chronische hoofdpijn. Men leert bijvoorbeeld signalen van het lichaam beter te herkennen en de pijn beter aan te kunnen. Bij sommige mensen kan de pijn hierdoor verminderd worden.

Bij een behandeling van een specifieke zenuwknoop (het zogenaamde ganglion pterygopalatinum of ganglion sphenopalatinum) wordt er een naald ingebracht ter hoogte van uw wang. Vervolgens wordt met behulp van röntgen de naald in de goede positie gebracht, aan de rand van de schedel, onder het jukbeen door. De procedure wordt uitgevoerd terwijl u een licht slaapmiddel krijgt toegediend. Als de naald in goede positie staat wordt de zenuw wordt behandeld met stroom (continu of met pulsjes), waarna de zenuw de pijnprikkels niet meer goed kan geleiden en de pijn kan afnemen.

Ter hoogte van de achterhoofdzenuw (nervus occipitalis of GON) kan een injectie worden gegeven met een ontstekingsremmer (corticosteroïden). GON-injectie heeft slechts milde bijwerkingen. Ook zijn de verwachte effecten er al binnen dagen in plaats van na weken. Hierdoor kunnen patiënten vaker volstaan met een lagere dosis verapamil. Ook kan deze zenuw behandeld worden met stroompulsjes, waardoor de pijngeleiding anders wordt en de pijn kan verminderen. Een ander voordeel is dat een eenmalige injectie maandenlang effectief kan zijn.

Bij achterhoofdzenuwstimulatie of occipitalis neurostimulatie (ONS) worden de zenuwen in het achterhoofd licht gestimuleerd via geleidingsdraden die net onder de huid zijn ingebracht. De draden worden aangesloten op een geïmplanteerde neurostimulator (batterij) die de stimulatie afgeeft. Hierdoor worden de pijnsignalen onderbroken en kan men een tintelend, jeukend of brandend gevoel of gevoelloosheid ervaren. Het doel van de ONS-behandeling is het aantal clusterhoofdpijnaanvallen en de hevigheid ervan te verminderen. Bij de meeste patiënten heeft de ONS-behandeling een goed resultaat. Zij hebben dan minder medicijnen nodig. Op dit moment wordt de ONS-behandeling alleen vergoed bij medicamenteus onbehandelbare chronische clusterhoofdpijn. Dit is de meest ernstige vorm van clusterhoofdpijn, waarbij de andere beschikbare medicijnen niet werkten of onoverkomelijke bijwerkingen gaven.

Spanningshoofdpijn is de meest voorkomende primaire vorm van hoofdpijn. Het is eigenlijk een verzamelnaam voor verschillende hoofdpijnen die geen duidelijke oorzaak hebben. De pijn zit meestal aan beide zijden van het hoofd en voelt dof en drukkend aan. Sommige mensen hebben het gevoel dat er een knellende band om hun hoofd zit.

Het is mogelijk dat spanningshoofdpijn te maken heeft met pijn vanuit de nek- en aangezichtsspieren en een verlaagde pijndrempel in de hersenen. Spanningshoofdpijn komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Soms wordt spanningshoofdpijn veroorzaakt door een andere aandoening, zoals bloedarmoede, chronische verkoudheid, neusbijholteontsteking, gebitsaandoeningen of allergie.

Heb je tot 15 dagen per maand last van spanningshoofdpijn, dan spreken we van episodische spanningshoofdpijn. Heb je meer dan 15 dagen per maand hoofdpijn, in ten minste drie maanden van het jaar, dan noemen we dit chronische spanningshoofdpijn of chronische dagelijkse hoofdpijn.

U bepaalt samen met uw behandelend Anesthesioloog-pijnspecialist wat voor u de beste behandeling is. Er zijn meerdere, uiteenlopende behandelingen mogelijk.

Fysio of manuele therapie kunnen ook helpen om beter om te gaan met chronische hoofdpijn. Men leert bijvoorbeeld signalen van het lichaam beter te herkennen en de pijn beter aan te kunnen. Bij sommige mensen kan de pijn hierdoor verminderd worden.

Om spanningshoofdpijn te verminderen kan men een pijnstiller nemen, zoals bijvoorbeeld kortdurend Paracetamol of/en Ibuprofen volgens bijsluiter. Andere medicatie, waaronder Amitriptyline, kan soms worden voorgeschreven. Voldoende nachtrust, ontspanning en bewegen zijn eveneens belangrijk, net als het verminderen of staken van cafeïne, alcohol, ongezonde voeding en roken.

Medicatie-afhankelijke hoofdpijn wordt ook wel medicatie-overgebruikshoofdpijn genoemd. Het is hoofdpijn die ontstaat door het dagelijks gebruiken van pijnstillers en triptanen. Mensen met migraine of spanningshoofdpijn lopen daardoor meer risico op medicatie-afhankelijke hoofdpijn. Naast de migraine of spanningshoofdpijn welke men had, komt er nog eens een extra soort (dagelijkse) hoofdpijn bovenop.

Kenmerkend is dat het niet innemen van pijnstillers of triptanen leidt tot hoofdpijn als onthoudingsverschijnsel. Men heeft daardoor weer pijnstillers of triptanen nodig. Dit leidt tot een vicieuze cirkel van hoofdpijn en gebruik van pijnstillers/triptanen.

Cervicogene hoofdpijn wordt gekenmerkt door hoofdpijnklachten vanuit de nek. Deze hoofdpijnklachten zijn voornamelijk gelokaliseerd aan één kant van het hoofd. Vaak gaat deze hoofdpijn gepaard met bewegingsbeperking in de nek. Vaak kan druk in de nek de hoofdpijnklachten opwekken. Ook straalt de pijn uit in de schouder/arm aan dezelfde kant. Soms is deze hoofdpijn moeilijk te onderscheiden van andere soorten hoofdpijn bijvoorbeeld migraine en spanningshoofdpijn.

U bepaalt samen met uw behandelend Anesthesioloog-pijnspecialist wat voor u de beste behandeling is. Er zijn meerdere, uiteenlopende behandelingen mogelijk.

Fysio of manuele therapie kunnen ook helpen om beter om te gaan met chronische hoofdpijn. Men leert bijvoorbeeld signalen van het lichaam beter te herkennen en de pijn beter aan te kunnen. Bij sommige mensen kan de pijn hierdoor verminderd worden.

Met behulp van een TENS apparaat worden nauwkeurig gedoseerde micro-impulsen afgegeven aan de structuren in de nek. De behandeling duurt twintig minuten en men kan deze één of meerdere malen per dag herhalen.

Middels een behandeling van de steun- of facetgewrichten met behulp van stroom worden de kleine zenuwen die naar de facetgewrichten in de nek lopen verhit en hierdoor uitgeschakeld. Deze behandeling gebeurt met behulp van röntgen. Er worden enkele kleine naaldjes in uw nek ingebracht. Als de naaldjes goed geplaatst zijn worden ze verhit, waardoor de zenuwen in de buurt van de naald ook verhit worden en hierdoor de pijnprikkels minder goed kunnen geleiden, waardoor de pijn zal afnemen.

Behandeling van de bovenste facetgewrichten (tussen de schedel en de eerste nekwervel, tussen de eerste – en tweede nekwervel en soms deze tussen de tweede – en derde nekwervel) wordt uitgevoerd terwijl u een licht slaapmiddel krijgt toegediend. Als de naald in goede positie staat wordt het facetgewricht met stroom behandeld, waardoor de pijn zal afnemen. De zogenaamde “derde achterhoofdzenuw” bevindt zich ter hoogte van het facetgewricht tussen de tweede – en derde nekwervel en wordt met stroompulsjes behandeld, vaak tegelijkertijd met behandeling van de facetgewrichten.

Occipitalis neuralgie kenmerkt zich door een stekende of drukkende pijn vanuit uw nek met uitstraling over uw schedel. Men kan de pijn soms tot achter de ogen voelen. De pijn wordt veroorzaakt door een geïrriteerde zenuw. Deze zenuw, nervus occipitalis major, loopt vanuit hoog in uw nek, tussen de nekspieren door naar de achterkant van de schedel. De hoofdpijn kan lijken op onder andere migraine en spanningshoofdpijn.

U bepaalt samen met uw behandelend Anesthesioloog-pijnspecialist wat voor u de beste behandeling is. Er zijn meerdere, uiteenlopende behandelingen mogelijk.

Fysio of manuele therapie kunnen helpen om beter om te gaan met chronische hoofdpijn. Men leert bijvoorbeeld signalen van het lichaam beter te herkennen en de pijn beter aan te kunnen. Bij sommige mensen kan de pijn hierdoor verminderd worden.

Met behulp van een TENS apparaat worden nauwkeurig gedoseerde micro-impulsen afgegeven aan de achterhoofdzenuw in de nek. De behandeling duurt twintig minuten en men kan deze één of meerdere malen per dag herhalen.

Medicamenteuze behandeling met zenuwpijn remmende (antineuropathische) medicatie kan overwogen worden, bijvoorbeeld met Pregabaline, Gabapentine of Carbamazepine.

Ter hoogte van de achterhoofdzenuw (nervus occipitalis of GON) kan een injectie worden gegeven met een ontstekingsremmer (corticosteroïden). GON-injectie heeft slechts milde bijwerkingen. Ook zijn de verwachte effecten er al binnen dagen in plaats van na weken. Ook kan de zenuw behandeld worden met stroompulsjes, waardoor de pijngeleiding anders wordt en de pijn kan verminderen. Een voordeel is dat een eenmalige injectie maandenlang effectief kan zijn.

Aangezichtspijn

Chronische aangezichtspijn is onder te verdelen in typische aangezichtspijn en atypische aangezichtspijn. Bij typische aangezichtspijn zijn er korte, felle pijnscheuten in het gezicht, welke zich met korte tussenpozen kunnen herhalen. Bij atypische aangezichtspijn is er een zeurende pijn, die uren of soms dagen kan aanhouden. Bij sommige patiënten is pijn nooit helemaal weg.

Trigeminusneuralgie is de meest bekende vorm van typische aangezichtspijn. Trigeminusneuralgie is genoemd naar de drielingzenuw, de nervus trigeminus. Deze hersenzenuw stuurt vanuit haar zenuwknoop (ganglion) drie takken naar gebieden in het gezicht. De bovenste tak gaat naar het bovenste deel van het hoofd, de tweede tak verzorgt het gevoel in de bovenkaak en de neusvleugels en de derde (onderste tak) voorziet de onderkaak en de kin van gevoel.

Bij trigeminusneuralgie is er een irritatie of ontsteking aan één of meerdere vertakkingen, waardoor er pijnklachten ontstaan. Trigeminusneuralgie wordt gekenmerkt door aanvallen van pijn, welke enkele seconden tot minuten duren. De hevige pijn is plots, intens, scherp, oppervlakkig, stekend of brandend. Meerdere uitlokkende factoren zijn geïdentificeerd, waaronder eten, praten, zoenen, scheren, gezicht wassen of tandenpoetsen en airconditioning.

Bij mensen met trigeminusneuralgie vindt men vaak een afwijking bij de bovengenoemde zenuwknoop (ganglion). Dat kan een bloedvaatje zijn dat kronkelt en tegen de zenuwknoop aanligt. De zenuw raakt daardoor geïrriteerd en zendt pijnsignalen naar de zenuwtakken. Doordat bij oudere mensen wel vaker een bloedvaatje gaat kronkelen, komt deze vorm eerder voor op wat oudere leeftijd. Meestal is één helft van het gezicht aangedaan, maar tweezijdige typische aangezichtspijn komt ook voor. Bij onderzoek kan men deze vaatafwijking meestal niet zien, de bloedvaatjes zijn erg dun.

Niet alle gevallen van trigeminusneuralgie vertonen een kronkelend bloedvaatje. Er zijn nog andere oorzaken mogelijk. Op een MRI-scan is te zien of er een tumor zit. Dit komt zelden voor. Maar als dit wel het geval is moet die worden weggehaald, ook al is die goedaardig. Ook multiple sclerose (MS) kan de veroorzaker van de pijn zijn. MS is een aandoening van het centrale zenuwstelsel waarbij schade ontstaat aan de geleidingsbanen en aan de zenuwcellen. Dit kan aanleiding geven tot typische aangezichtspijn.

Omdat de behandeling van trigeminusneuralgie en andere vormen van typische aangezichtspijn hetzelfde is, spreken we hier uitsluitend over de behandeling van typische aangezichtspijn. De pijnaanvallen bij typische aangezichtspijn duren maar heel kort. Daarom is behandeling vooral gericht op het voorkomen of verminderen van de pijn.
Zelf kan men proberen aanvallen te voorkomen door uitlokkende factoren te vermijden en triggerpunten zo min mogelijk aan te raken. Daarnaast zijn er medicijnen en verschillende ingrepen die aangezichtspijn kunnen verminderen.

Een preventieve behandeling met medicijnen is erop gericht aanvallen te voorkomen en/of het aantal aanvallen te beperken. Een preventieve behandeling werkt pas na enige tijd. Men moet een preventief medicijn daarom een aantal maandenlang elke dag innemen om het effect van de behandeling te kunnen beoordelen. De middelen die bij typische aangezichtspijn worden voorgeschreven, zijn oorspronkelijk voor andere aandoeningen ontwikkeld, bijvoorbeeld voor epilepsie. Ook medicijnen tegen spasticiteit en depressiviteit blijken zeer doeltreffend bij de behandeling van typische aangezichtspijn. Voorgeschreven medicijnen zijn onder andere Carbamazepine, Fenytoïne, Baclofen, Pregabaline en Gabapentine.

Met behulp van een TENS apparaat worden nauwkeurig gedoseerde micro-impulsen afgegeven aan de structuren (zenuwen) in het aangezicht of de nek. De behandeling duurt twintig minuten en men kan deze één of meerdere malen per dag herhalen.

De oorzaak van trigeminusneuralgie ligt vaak bij een lus van een (slag)ader, die steeds tegen de zenuwwortel aanklopt. Deze druk moet worden opgeheven, en dat kan met de operatie van Jannetta. De neurochirurg maakt een opening in de schedel achter het oor om bij de zenuwknoop (ganglion van Gasser) te komen. Hij of zij kan dan zien waar het bloedvat tegen de zenuw aandrukt. De neurochirurg brengt een stukje “piepschuim” aan tussen het bloedvat en zenuw en legt dit vast. Nu kan het bloedvat de zenuw niet meer prikkelen en er komen geen pijnsignalen meer door naar het gezicht. De druk op de zenuw is opgeheven. De kans dat de pijn terugkomt is klein. Deze operatie is een goede oplossing voor (jonge) patiënten bij wie medicijnen niet voldoende helpen.

Bij typische aangezichtspijn kan ook worden gekozen voor de Sweet-procedure, waarbij één of meerdere takken van de drielingzenuw ter hoogte van de zenuwknoop (ganglion) met behulp van stroom worden behandeld. De behandeling wordt uitgevoerd terwijl men een licht slaapmiddel krijgt toegediend. Als de naald met behulp van röntgen in goede positie staat wordt men wakker gemaakt en worden er stroompulsjes door de naald gestuurd ter controle van de juiste positie. De behandeling zelf wordt gegeven terwijl men weer slaapt.

De bijwerkingen van deze ingreep zijn gering. Soms ontstaat er een doof plekje in het gezicht of gehemelte. De behandeling is in zeventig tot tachtig procent van de gevallen effectief. De behandeling kan laagfrequent herhaald worden, mochten de klachten terugkeren.

Een Gamma-Knife is een bestralingstoestel met daarin 192 radioactieve kobaltbronnen. Deze behandeling lijkt op een zenuwblokkade, maar nu wordt de zenuw beschadigd door gammastralen. Het resultaat is meestal niet meteen bekend. Bij typische aangezichtspijn zijn de resultaten goed.

Atypische aangezichtspijn is een fenomeen met veel verschillende verschijningsvormen. Het is wel aangezichtspijn, maar duidelijk geen trigeminusneuralgie. Atypisch
betekent: alle soorten die niet vallen onder de typische variant. De pijn is hevig en zeurend, zoals bij ernstige kiespijn. De pijn is soms continu aanwezig, soms in aanvallen die uren kunnen duren. De pijn zit meestal aan één kant van het gezicht, maar komt ook voor aan beide kanten.

De oorzaken kunnen heel verschillend zijn, en het gebeurt ook regelmatig dat er helemaal geen oorzaak is te vinden. Dat laatste betekent niet dat de pijn niet te behandelen is. Er zijn verscheidene vormen van pijnbestrijding, maar het is ingewikkelder dan bij trigeminusneuralgie. Bekende oorzaken van atypische aangezichtspijn zijn problemen met het gebit of de kaak (zoals cariës en tandbederf), problemen met de kauwspieren of het kaakgewricht (zoals bijvoorbeeld bij tandenknarsen), problemen met keel, neus of oren (bijvoorbeeld een ontsteking van de neusbijholten) of gerefereerde pijn (hierbij ontstaat de pijn op een bepaalde plek, maar voel je ergens anders pijn, zoals bijvoorbeeld artrose in de hals of wervelkolom kan pijn in het gezicht veroorzaken).

Bij atypische aangezichtspijn is het moeilijk om snel een juiste diagnose te stellen. Omdat er zo veel mogelijke oorzaken zijn van atypische aangezichtspijn is het ingewikkeld om de juiste behandeling te vinden. Soms duurt dit jaren. Wij raden in elk geval aan om naar een Anesthesioloog-pijnspecialist te gaan welke gespecialiseerd is in aangezichtspijn. 

Er zijn verschillende medicijnen tegen typische aangezichtspijn die ook bij atypische aangezichtspijn kunnen worden geprobeerd, zoals Amytriptyline, Gabapentine en Pregabaline.

Fysio of manuele therapie kunnen helpen om beter om te gaan met atypische aangezichtspijn. Men leert bijvoorbeeld signalen van het lichaam beter te herkennen en de pijn beter aan te kunnen. Bij sommige mensen kan de pijn hierdoor verminderd worden.

Met behulp van een TENS apparaat worden nauwkeurig gedoseerde micro-impulsen afgegeven aan de structuren (zenuwen) in het aangezicht of de nek. De behandeling duurt twintig minuten en men kan deze één of meerdere malen per dag herhalen.

Bij een behandeling van een specifieke zenuwknoop (het zogenaamde ganglion pterygopalatinum of ganglion sphenopalatinum) wordt er een naald ingebracht ter hoogte van uw wang. Vervolgens wordt met behulp van röntgen de naald in de goede positie gebracht, aan de rand van de schedel, onder het jukbeen door. De procedure wordt uitgevoerd terwijl u een licht slaapmiddel krijgt toegediend. Als de naald in goede positie staat wordt de zenuw wordt behandeld met stroom (continu of met pulsjes), waarna de zenuw de pijnprikkels niet meer goed kan geleiden en de pijn kan afnemen.

De glossopharyngeus-neuralgie is een tamelijk zeldzaam ziektebeeld dat 70 tot 100 maal zo weinig voorkomt als de trigeminus-neuralgie. De aandoening manifesteert zich zelden onder het 20e levensjaar; de verdeling onder mannen en vrouwen is hierbij gelijk. In tegenstelling tot de trigeminusneuralgie is er geen associatie met multipele sclerose.

De aandoening kent een spontaan herstel én her-optreden en de aanvallen kunnen soms maanden tot jaren wegblijven. De aard van de pijn gelijkt op die van de trigeminusneuralgie en wordt beschreven als stekend, schietend of snijdend van aard. De aanval varieert in duur van seconden tot minuten, waarna er vaak gedurende enige uren een doffe, zeurende, zogenaamde achtergrondpijn aanwezig blijft.

De klachten beginnen meestal zeer plotseling; soms is er echter gedurende weken tot maanden een vreemd onbehaaglijk gevoel in hetzelfde gebied waar later de pijn ontstaat. Dit gevoel wordt omschreven als jeukend, droog of plakkerig. De pijn kan uitstralen naar alle gebieden die verzorgd worden door de N. glossopharyngeus. De meest voorkomende lokalisatie is in en rond het oor (de auriculaire vorm), de tonsillen, de keelholte en de tong (de orofaryngeale vorm). De pijn kan echter ook uitstralen naar andere, niet door de nervus glossopharyngeus geïnnerveerde gebieden zoals de slaap, de wang, de boven- of onderkaak en zelfs de schouder. De pijn kan altijd op dezelfde plaats, echter kan de oorsprong van de pijn eveneens variabel zijn.

Het verhaal van de patiënt is het belangrijkste in de diagnostiek; hulponderzoek levert in de meeste gevallen geen afwijkingen op, behalve uiteraard bij de symptomatische glossopharyngeus-neuralgie. De meest voorkomende oorzaken zijn vaatlussen van bepaalde slagaders (de A. cerebelli anterior inferior, de A. cerebelli posterior inferior of de A. vertebralis), ruimte-innemende processen in het gebied van de brughoek, extracraniële tumoren en ontstekingen van bepaalde structuren (de A. carotis, farynx, larynx of tonsillen, arachnoiditis) of verbening (ossificatie) van bepaalde structuren (het ligamentum stylohyoideum).

De behandeling van de glossopharyngeus neuralgie met geneesmiddelen zal in de meeste gevallen bestaan uit Carbamazepine, Fenytoïne of de combinatie van deze twee middelen, maar ook met andere zenuwpijn remmende medicatie zoals Pregabaline of Gabapentine.

Bij de behandeling van de nervus glossopharyngeus wordt er een naald ingebracht tussen uw kaakhoek en de wervelkolom. Vervolgens wordt met behulp van röntgen de naald in de goede positie gebracht. De procedure wordt uitgevoerd onder lokale verdoving, soms terwijl u een licht slaapmiddel krijgt toegediend. Als de naald met behulp van röntgen in goede positie staat (wordt men wakker gemaakt en) worden er stroompulsjes door de naald gestuurd ter controle van de juiste positie. Als de naald in goede positie staat wordt de zenuw wordt behandeld met stroom (continu of met pulsjes), waarna de zenuw de pijnprikkels niet meer goed kan geleiden en de pijn kan afnemen.