Melius Klinieken

Regio 3

Armen en handen

Complex regionaal pijnsyndroom (CRPS)

Complex regionaal pijnsyndroom (CRPS), voorheen posttraumatische of Südeckse dystrofie genoemd, is een chronische pijnaandoening die vaak ontstaat na letsel zoals een botbreuk of kneuzing en treedt meestal op in de ledematen. Normaal gezien geneest het letsel en verdwijnen pijnklachten, echter bij mensen met CRPS zijn de pijnklachten vele malen erger en/of duren langer dan je normaal zou verwachten bij een dergelijke verwonding. Daarnaast zijn er ook patiënten waar de klachten zonder duidelijke aanleiding beginnen. Er worden twee typen CRPS onderscheiden, meer specifiek een type 1 (zonder zenuwschade) en type 2 (met zenuwschade). In Nederland hebben ongeveer 20.000 mensen chronische CRPS. Meestal komt het voor bij mensen tussen de 45 en 60 jaar en 2/3 van de patiënten is vrouw.

Bij CRPS is er een ontregeling van de zenuwbanen in het betreffende ledemaat die pijn en symptomen veroorzaken. De pijnklachten duiden dus niet op weefselschade, maar worden veroorzaakt door een abnormale reactie op een eerdere verwonding. De ontregeling van het zenuwstelsel in combinatie met ontstekingsverschijnselen leidt tot zenuwpijn. Daarbij kan er sprake zijn van de volgende symptomen: veranderd gevoel en overgevoeligheid voor aanraking, veranderde temperatuur en huidskleur, zwelling of abnormaal zweten, bewegingsstoornis (zoals trillen, zwakte of/en stijfheid) of/en een veranderde haar-, nagel- of huidgroei. Het verloop van de aandoening kan zeer uiteenlopen, van milde klachten met vlot herstel tot uitbreidende klachten met blijvende beperkingen.

Het is nog niet precies duidelijk waarom sommige patiënten na een letsel CRPS ontwikkelen en niet gewoon genezen. Waarschijnlijk zijn er verschillende factoren die een rol spelen bij het ontstaan van CRPS, zoals 1) ontsteking (onderzoek toont aan dat ontsteking mogelijk een belangrijk mechanisme is voor het ontstaan c.q. in stand houden van CRPS. Bij patiënten met CRPS werd bijvoorbeeld een hogere concentratie ontstekingseiwitten in het bloed, hersenvocht en de aangedane ledematen gevonden), 2) hersenen (er zijn aanwijzingen dat er een verhoogde gevoeligheid van de hersenen is voor het verwerken van pijnsignalen bij patiënten die CRPS ontwikkelen. Zo blijken bijvoorbeeld de pijnbanen die pijnprikkels dempen bij CRPS-patiënten minder goed te functioneren) en 3) genetische factoren (de rol van genetische factoren is nog onduidelijk. Er zijn studies die laten zien dat er mogelijk bepaalde genen betrokken zijn bij het ontstaan van CRPS, maar er moet meer onderzoek plaatsvinden om hierover uitsluitsel te geven).

Er is geen specifieke test om CRPS aan te tonen. De diagnose wordt gesteld op basis van het klachtenpatroon en de bevindingen bij het lichamelijk onderzoek.

Opties ter behandeling zijn pijneducatie, diverse soorten medicatie, TENS, Esketamine infuustherapie, APD (pamidronine) infuustherapie, infiltratie van het ganglion stellatum, epidurale infiltratie, revalidatie en langdurige paramedische begeleiding.

/* Custom Javascript Accordeon closed */